ECLI:NL:RVS:2006:AW2248
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Beekhuis
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vergunning uitbreiding melkrundveehouderij wegens onjuiste inrichtingdefinitie
Bij besluit van 2 augustus 2005 verleende het college van burgemeester en wethouders van Hulst een vergunning voor het oprichten en in werking hebben van een melkrundveehouderijbedrijf. Appellant stelde beroep in tegen dit besluit en voerde diverse bezwaren aan, waaronder geluidshinder en procedurele fouten.
De Raad van State oordeelde dat het betoog over geluidshinder te laat was ingebracht en dat de bezwaarprocedure correct was gevolgd. Het geschil concentreerde zich op de vraag of het weiland waar de koeien grazen onderdeel uitmaakt van de inrichting. Volgens de Wet milieubeheer wordt een inrichting bepaald door bedrijfsmatige activiteiten binnen zekere begrenzing.
De Raad concludeerde dat het weiland, gezien de omvang en het aantal dieren, niet extensief wordt gebruikt en daarom deel uitmaakt van de inrichting. Omdat dit door het college was miskend, is de vergunning in strijd met de Wet milieubeheer verleend. Het beroep werd gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot vergunningverlening vernietigd vanwege onjuiste toepassing van de inrichtingdefinitie.