Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
(…)
Rechtbank Gelderland
De eiser trad op 1 juni 2021 in dienst als trainee bij de gedaagde tegen een bruto maandsalaris van € 1.360,00. De arbeidsovereenkomst voorzag in een gemiddelde arbeidsduur van 20 uur per week en recht op 12 vakantiedagen per kalenderjaar, naar evenredigheid opgebouwd.
De arbeidsovereenkomst eindigde op 31 augustus 2022 door opzegging door de eiser. De eiser vorderde betaling van achterstallig loon over augustus 2022, betaling van niet genoten vakantie-uren en verstrekking van een loonspecificatie, met een dwangsom bij niet-nakoming.
De kantonrechter stelde vast dat de gedaagde onvoldoende een deugdelijke uren- en vakantiedagenadministratie had gevoerd, waardoor het loonvorderingverweer werd gepasseerd. De loonvordering werd toegewezen met wettelijke verhoging en rente. De vordering voor niet genoten vakantie-uren werd afgewezen vanwege innerlijke tegenstrijdigheden in het betoog van eiser en onvoldoende onderbouwing.
Daarnaast werd de gedaagde veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, en tot het verstrekken van een deugdelijke loonspecificatie binnen een week na betekening van het vonnis, met een dwangsom van € 100 per dag bij niet-nakoming. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de werkgever tot betaling van achterstallig loon met wettelijke verhoging en rente en wijst de vordering tot betaling van niet genoten vakantie-uren af.