Verdachte werd beschuldigd van het plegen van ontuchtige handelingen, waaronder seksueel binnendringen, met een minderjarige vriendin die tussen twaalf en zestien jaar oud was. De feiten speelden zich af tussen juli 2020 en april 2021 op diverse locaties in Nederland. Het slachtoffer was eind 2020 zwanger geraakt en verklaarde dat verdachte de vader was.
De rechtbank nam verklaringen van het slachtoffer, haar moeder, een gezinsvoogd en getuigen in overweging. Verdachte ontkende seksuele handelingen te hebben verricht voordat het slachtoffer zestien was, maar de rechtbank achtte deze verklaring niet aannemelijk. Een alternatief scenario van de verdediging werd verworpen vanwege gebrek aan bewijs en tegenstrijdigheden.
De rechtbank concludeerde dat verdachte wettig en overtuigend schuldig was aan ontucht met een minderjarige. Gelet op de ernst van het feit, het aanzienlijke leeftijdsverschil en de kwetsbaarheid van het slachtoffer, werd een forse straf passend geacht. Tegelijkertijd werd rekening gehouden met de huidige gezinssituatie en de herstelde relatie tussen verdachte, het slachtoffer en haar familie.
Daarom legde de rechtbank een gevangenisstraf van 180 dagen op, waarvan 179 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar. Dit om te waarborgen dat verdachte geen nieuwe strafbare feiten pleegt, zonder de huidige gezinsverhoudingen te verstoren.
De rechtbank wees verzoeken van de verdediging om aanvullende getuigen te horen af, omdat deze reeds voldoende gelegenheid hadden gehad tot ondervraging en het horen van deze getuigen niet noodzakelijk werd geacht.