Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs
3.De bewezenverklaring
of omstreeks19 juli 2022 te Nijmegen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, een mes
, in elk geval een scherp en/of puntig voorwerp,in het onderlichaam van die [slachtoffer] heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van het feit
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
9.De vordering tot tenuitvoerlegging (parketnummers 05/103962-20 en
05/109965-21 )
10.De toegepaste wettelijke bepalingen
11.De beslissing
jeugddetentie voor de duur van 99 dagen;
in mindering zal worden gebracht;
- legt op de
- bepaalt dat deze maatregel
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
bijzondere voorwaardendat verdachte:
- verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- veroordeelt verdachte tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer] van € 524,99 aan materiële schade en € 7.500,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 juli 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag te betalen van € 8.024,99 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 juli 2022 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
parketnummer 05/109965-21).