Op 17 juli 2022 heeft verdachte in Rotterdam zijn 6 maanden oude dochter met een mes in de hals en nek gestoken, wat leidde tot haar overlijden. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het slachtoffer opzettelijk van het leven heeft beroofd, maar sprak hem vrij van moord wegens onvoldoende bewijs voor voorbedachte raad.
Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat verdachte leed aan schizofrenie en andere stoornissen die zijn gedragskeuzes beïnvloedden, waardoor hij verminderd toerekeningsvatbaar werd verklaard. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 5 jaar op, met aftrek van voorarrest, en de maatregel tbs met dwangverpleging vanwege het hoge recidiverisico en de ernst van het delict.
Daarnaast werden schadevergoedingen toegekend aan de moeder, grootmoeder en oom van het slachtoffer voor materiële schade en smartengeld, waaronder shockschade. Verzoeken tot affectieschade van de grootmoeder en oom werden afgewezen wegens het ontbreken van een duurzaam gezinsverband of bijzondere omstandigheden.
De rechtbank legde ook een schadevergoedingsmaatregel op, waarbij verdachte verplicht wordt de toegewezen bedragen aan de Staat te betalen. De uitspraak werd gewezen door de meervoudige militaire kamer van de Rechtbank Gelderland op 8 juni 2023.