De rechtbank Gelderland behandelde een zaak over het ouderlijk gezag en de hoofdverblijfplaats van drie minderjarige kinderen. De moeder was zonder toestemming van de vader met de kinderen naar Turkije verhuisd en ondersteunde het contact tussen vader en kinderen niet, wat leidde tot langdurige ouderonthechting. De Raad voor de Kinderbescherming adviseerde het gezamenlijk gezag in stand te laten, maar de rechtbank oordeelde anders.
De moeder had een verzoek tot vervangende toestemming voor verhuizing naar Turkije ingediend, dat door de rechtbank was afgewezen. Desondanks verbleef zij met de kinderen in Turkije en keerde niet terug naar Nederland. De vader kreeg geen informatie over de kinderen en zag hen acht maanden niet. De moeder deed bovendien aangifte van seksueel misbruik tegen de vader in Turkije, wat niet tot vervolging leidde.
De rechtbank vond dat de moeder het gezamenlijk gezag feitelijk alleen uitoefende en het contact tussen vader en kinderen belemmerde. Gezien het belang van de kinderen om contact met beide ouders te onderhouden, besloot de rechtbank het gezamenlijk gezag te beëindigen en het gezag aan de vader toe te kennen. De hoofdverblijfplaats werd niet vastgesteld omdat de vader nu zelfstandig kan beslissen. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard om de terugkeer van de kinderen naar Nederland te bespoedigen.