Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[vergunninghouder]uit [woonplaats] (vergunninghouder)
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland heeft op 6 juli 2023 uitspraak gedaan in de zaken AWB-22_5647 en AWB-22_5677 betreffende de omgevingsvergunning voor de realisatie van een zonnepark op percelen tussen twee locaties in de gemeente West Betuwe. Eisers betoogden dat het college onrechtmatig heeft gehandeld door geen verklaring van geen bedenkingen (VVGB) van de gemeenteraad te verkrijgen, terwijl dit volgens het geldende raadsbesluit wel vereist was. De rechtbank stelde vast dat het latere raadsbesluit dat zonneparken vrijstelde van een VVGB niet rechtsgeldig was bekendgemaakt, waardoor het oude besluit van kracht bleef en een VVGB verplicht was. Hierdoor was de vergunning strijdig met artikel 6.5 van het Besluit omgevingsrecht.
Daarnaast werd betoogd dat het zonnepark vanwege bodemverontreiniging niet uitvoerbaar zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het college terecht voorschriften had verbonden aan de vergunning om bodemonderzoek en sanering te waarborgen en dat het college in redelijkheid kon aannemen dat de bodemverontreiniging de uitvoerbaarheid niet in de weg stond. Wel werd geoordeeld dat bepaalde voorschriften onduidelijk waren en onterecht verwezen naar de omgevingsdienst in plaats van het college.
Voorts werd vastgesteld dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het plan afweek van de provinciale omgevingsvisie “Gaaf Gelderland”, waarin het plangebied is aangeduid als gebied waar grote zonneparken niet mogelijk zijn. Ook ontbrak een nadere motivering over de toepassing van de provinciale omgevingsverordening, met name over de behoefte aan het zonnepark en de landschappelijke inpassing na ontmanteling. De rechtbank vernietigde het besluit en droeg het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de omgevingsvergunning voor het zonnepark wegens ontbreken van een vereiste verklaring van geen bedenkingen en strijd met provinciaal beleid.