Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2023:3803

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
8 mei 2023
Publicatiedatum
6 juli 2023
Zaaknummer
C/05/418112 KG RK 23-355
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4 lid 2 sub c wrakingsprotocolArt. 8:15 AwbArt. 44 SrArt. 48 SrArt. 80 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek wegens misbruik van recht

Verzoeker heeft bij de rechtbank Gelderland een wrakingsverzoek ingediend tegen mr. H.J. Klein Egelink en alle rechters van de rechtbank. Hij stelde obstructie van de rechtsgang vast en verwijt de rechters onder meer ambtsmisdrijven en samenzwering. De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld zonder zitting.

De kamer oordeelde dat een wrakingsverzoek alleen ontvankelijk is indien concrete feiten en omstandigheden worden aangevoerd die de onpartijdigheid van de rechter aantonen. Verzoeker bracht geen specifieke feiten aan, maar uitte slechts algemeen wantrouwen en complottheorieën. Daarnaast is wraking tegen alle rechters zonder concrete grondslag niet toegestaan.

De wrakingskamer constateerde dat verzoeker herhaaldelijk soortgelijke niet-ontvankelijke wrakingsverzoeken heeft ingediend, wat leidt tot onredelijke vertraging en misbruik van het wrakingsmiddel. Daarom verklaarde de kamer het verzoek niet-ontvankelijk en bepaalde dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoeker in deze zaken of tegen andere rechters niet meer in behandeling worden genomen.

Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens gebrek aan motivering en misbruik van het wrakingsmiddel.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen

Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/418112 KG RK 23-355
Beslissing van 8 mei 2023
van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker]
wonende te [woonplaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. H.J. Klein Egelink (hierna: mr. Klein Egelink) alsmede alle rechters van deze rechtbank.

1.De procedure

1.1.
Ter zitting van de enkelvoudige kamer van 12 april 2023 in de zaken (met zaaknummers ARN 22/2156 en 22/2154) tussen verzoeker als eiser en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Harderwijk als verweerder heeft verzoeker de behandelend rechter, mr. Klein Egelink, alsmede alle rechters van deze rechtbank gewraakt.
1.2.
De wrakingskamer heeft vervolgens bepaald dat dit wrakingsverzoek op grond van artikel 4 lid 2 sub c en Pro sub e van het wrakingsprotocol zonder zitting kan en dient te worden afgedaan.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoeker heeft blijkens het proces-verbaal van de hiervoor genoemde zitting mr. Klein Egelink alsmede alle rechters van deze rechtbank gewraakt. Kort weergegeven heeft verzoeker het volgende aan zijn wrakingsverzoek ten grondslag gelegd:

Ik neem graag meteen het woord en wraak u bij voorbaat. Vanwege obstructie van de rechtsgang. Mij wordt de rechtsgang geblokkeerd. Bij herhaling heb ik stukken verstuurd en die worden geweigerd. (…)
Mijn overige wrakingsgronden zijn de volgende artikelen: 44 (ambtsmisdrijf), 48 (medeplichtig), 80 (samenzwering), 97, 140 (deelneming), 189, 326 (bedrog) en 366 van het Wetboek van Strafrecht, 359a van het Wetboek van Strafvordering, 1 en 20 van de Grondwet, 6 van het EVRM en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese
Unie. (…)
Ik wraak de wrakingskamer van uw rechtbank ook op voorhand. (…)
Nogmaals ik wraak alle rechters in alle rechtsgebieden van deze rechtbank en eis ook jullie
ontslag. (…)
3. De beoordeling
3.1.
Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn, omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.
3.2.
Uit het wrakingsverzoek blijkt dat verzoeker tijdens de mondelinge behandeling in de zaken met zaaknummers ARN 22/2156 en 22/2154 direct om het woord heeft gevraagd en de behandelend rechter, mr. Klein Egelink, “bij voorbaat” heeft gewraakt. Vervolgens blijkt uit zijn motivering van het wrakingsverzoek dat verzoeker gelooft dat er sprake is van een complot en dat hij geen vertrouwen heeft in -onder meer- de rechters van deze rechtbank.
3.3.
Verzoeker kan niet worden ontvangen in zijn verzoek voor zover dit is gericht jegens de (overige) rechters van deze rechtbank. Voor een dergelijk verzoek biedt de wet geen grondslag. Op grond van artikel 8:15 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan een wrakingsverzoek namelijk alleen worden ingediend tegen elk van de rechters die een zaak behandelen en moet een wrakingsverzoek worden gegrond op feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Een algemeen wantrouwen jegens de rechters van deze rechtbank levert dan ook geen grond voor wraking op. Op dezelfde grond wordt het op voorhand gedane verzoek van verzoeker tot wraking van de wrakingskamer niet-ontvankelijk verklaard. Ook dit verzoek is immers niet met feiten of omstandigheden onderbouwd.
3.4.
Voor zover het wrakingsverzoek is gericht tegen mr. Klein Egelink wordt verzoeker eveneens niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek, omdat het wrakingsverzoek niet is gemotiveerd. Verzoeker heeft namelijk geen specifieke feiten en omstandigheden naar voren gebracht waaruit de (vrees voor) vooringenomenheid van mr. Klein Egelink zou kunnen volgen.
3.5.
Verzoeker heeft de afgelopen jaren in diverse procedures meerdere wrakingsverzoeken gedaan. Steevast richtte verzoeker zijn wrakingsverzoeken - net als in de onderhavige procedure - tegen alle rechters van deze rechtbank, en/of richtte verzoeker zijn wrakingsverzoek (mede) tot de behandelend rechter, maar ontbrak iedere motivering. Keer op keer zijn deze wrakingsverzoeken (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard en is aan verzoeker medegedeeld dat zijn wrakingsverzoeken tot onredelijke vertraging van de rechtspleging leidden. Daarbij was de wrakingskamer van oordeel dat sprake was van misbruik van het middel van wraking. De wrakingskamer stelt vast dat verzoeker zich in wezen niets aantrekt van deze eerder gegeven oordelen en het middel van wraking blijft misbruiken. De wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek van verzoeker tot wraking in de zaken met zaaknummers ARN 22/2156 en 22/2154 en/of gericht tegen (een) andere rechter(s) van deze rechtbank dan de behandelend rechter, niet meer in behandeling zal worden genomen zodat dit misbruik wordt gestopt.
4. De beslissing
De wrakingskamer van de rechtbank:
  • verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;
  • bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van [verzoeker] in de zaken met zaaknummers ARN 22/2156 en 22/2154 en/of gericht tegen (een) andere rechter(s) van deze rechtbank dan de behandelend rechter niet in behandeling zal worden genomen.
De beslissing is gegeven door mr. M.J.H. Schuurman, voorzitter, mr. M.M. Klaasen en mr. S. Boot, leden, in tegenwoordigheid van de griffier […] en in het openbaar uitgesproken op 8 mei 2023.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.