ECLI:NL:RBGEL:2023:3936
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van verkrachting en aanranding
De rechtbank Gelderland behandelde de zaak van een 19-jarige man uit Vaassen die werd verdacht van verkrachting en aanranding op of omstreeks 15 mei 2022. De tenlastelegging betrof het dwingen van het slachtoffer tot seksuele handelingen door middel van geweld, feitelijkheden of bedreiging. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan acht voorwaardelijk, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
Het slachtoffer en verdachte kenden elkaar van school en hadden contact tijdens een avond in een café. Er was sprake van intiem contact, maar de verklaringen over dwang liepen uiteen. Het dossier bevatte geen forensisch bewijs en geen getuigen die de seksuele handelingen hadden waargenomen. De rechtbank beoordeelde de verklaringen van het slachtoffer als betrouwbaar, maar vond onvoldoende steunbewijs voor het bestaan van dwang of geweld.
Getuigenverklaringen over de emotionele toestand van het slachtoffer boden geen overtuigend bewijs voor dwang, en het bloed in het ondergoed kon niet worden toegeschreven aan geweld door verdachte. De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om tot een veroordeling te komen en sprak verdachte vrij. De civiele vordering van het slachtoffer werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een bewezenverklaring.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van dwang bij verkrachting en aanranding.