ECLI:NL:RBGEL:2023:4029
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over weigering kwijtschelding terugvordering jaren 2015 en 2016 wegens motiveringsgebrek
Eiser heeft een verzoek ingediend tot kwijtschelding van terugvorderingen van onterecht betaalde WAO- en WAZ-uitkeringen over meerdere jaren. Het UWV heeft het verzoek gedeeltelijk gehonoreerd door de vordering over de jaren 2004 tot en met 2013 kwijt te schelden, maar de terugvorderingen over 2015 en 2016 afgewezen. De rechtbank oordeelt dat eiser niet te veel heeft afgelost op de vordering over 2004-2013 en dat het UWV terecht volgens het beleid heeft gehandeld.
Ten aanzien van de jaren 2015 en 2016 oordeelt de rechtbank dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het niet afwijkt van de beleidsregels op grond van artikel 4:84 Awb Pro, ondanks bijzondere omstandigheden zoals de ernstige gezondheidsproblemen van eiser, zijn leeftijd, en het feit dat de terugvordering over 2015 deels door een fout van het UWV is ontstaan. Hierdoor is sprake van een motiveringsgebrek.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt het bestreden besluit voor zover het de weigering tot kwijtschelding van de jaren 2015 en 2016 betreft. Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het griffierecht aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, met opdracht tot een nieuw besluit over kwijtschelding jaren 2015 en 2016.