ECLI:NL:RBGEL:2023:4149
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging natuurvergunning veehouderij wegens onjuiste referentiesituatie en toekenning schadevergoeding
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de natuurvergunning die het college van Gedeputeerde Staten van de Provincie Gelderland op 13 oktober 2020 aan een veehouderij heeft verleend. De vergunning betreft een project met intern salderen, waarbij het college stelt dat het project niet leidt tot meer stikstofdepositie dan de referentiesituatie.
De rechtbank oordeelt dat de referentiesituatie onjuist is vastgesteld omdat het besluit van 11 oktober 2010, dat als referentie werd gebruikt, een positieve weigering betrof zonder rechtstitel en bovendien een onjuiste berekening van depositie bevatte. Hierdoor is niet uitgesloten dat het project significante gevolgen heeft voor Natura 2000-gebied De Veluwe. De vergunning wordt daarom vernietigd en het college moet de referentiesituatie opnieuw in kaart brengen.
Daarnaast is het beroep niet binnen de redelijke termijn van twee jaar behandeld, waardoor de rechtbank aan eisers een schadevergoeding van €1.000,- toekent. Ook worden griffierecht en proceskosten aan eisers vergoed. De rechtbank wijst het verzoek om matiging van proceskosten af omdat het om verschillende vergunningen gaat.
De rechtbank bepaalt dat het college een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en dat het griffierecht en proceskosten aan eisers worden vergoed. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland op 24 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de natuurvergunning wordt vernietigd en eisers ontvangen schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.