Uitspraak
Mts. [E - F]uit [plaats G] (de vergunninghouder).
Rechtbank Gelderland
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de natuurvergunning die het college van Gedeputeerde Staten van Gelderland op 14 oktober 2020 aan de vergunninghouder heeft verleend voor het houden van 18.000 vleeseenden in plaats van biologische legkippen. De vergunning is verleend met toepassing van intern salderen, waarbij het project niet leidt tot meer stikstofdepositie dan de referentiesituatie.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat de verkeersbewegingen in de referentiesituatie reëel en aannemelijk zijn, met name omdat het aantal ritten onvoldoende is toegelicht en het meenemen van verkeer voor eenden in de referentiesituatie onjuist is. Ook is het gebruik van de zwaarste tractor in de nieuwe situatie niet meegenomen, en is het beweiden van gronden niet adequaat beoordeeld. Daarnaast is de mestopslag onterecht niet als onderdeel van het project meegenomen, terwijl deze onlosmakelijk verbonden is met de veehouderij.
De rechtbank vernietigt het besluit en draagt het college op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens kent de rechtbank aan eisers een schadevergoeding van €1.000 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en vergoedt het college griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen; eisers ontvangen schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn.