ECLI:NL:RBGEL:2023:4186
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs verkrachting minderjarige
De rechtbank Gelderland te Arnhem behandelde de zaak van een 23-jarige man uit Almere die werd beschuldigd van verkrachting en ontuchtige handelingen met een toen 12-jarig meisje met wie hij een relatie had. De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 24 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte.
De rechtbank beoordeelde de verklaringen van het slachtoffer als betrouwbaar, maar stelde dat volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro het bewijs niet uitsluitend op de verklaring van één getuige mag berusten. De rechtbank vond onvoldoende steunbewijs in het dossier: getuigen hadden geen eigen waarneming van ontuchtige handelingen, foto's en hotelverblijven bevestigden slechts het bestaan van een relatie, niet de strafbare feiten.
Daarom kon niet met voldoende zekerheid worden vastgesteld dat ontuchtige handelingen hadden plaatsgevonden. De rechtbank sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. De civiele vordering tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard. Verdachte en benadeelde partij dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van verkrachting en ontuchtige handelingen.