Verzoeker vroeg de rechtbank om een voorlopig deskundigenbericht te gelasten waarbij een forensische registeraccountant een boekenonderzoek zou uitvoeren naar de financiële administratie van verweerster over de periode 2000 tot en met 2021. Dit verzoek was gebaseerd op negatieve bevindingen in twee rapporten van een gepensioneerd registeraccountant, die verzoeker wilde laten bevestigen om zijn proceskansen te kunnen beoordelen.
De rechtbank oordeelde dat het verzoek niet voldeed aan de vereisten voor een dergelijk deskundigenbericht. Het verzoek was te algemeen en onvoldoende concreet onderbouwd met specifieke feiten of onderzoeksvragen. De rapporten waarop verzoeker zich baseerde boden geen duidelijke aanleiding voor het gevraagde onderzoek. Ook was het verzoek niet proportioneel en onvoldoende uitvoerbaar.
Verder kwalificeerde de rechtbank het verzoek als een fishing expedition, wat niet is toegestaan in deze procedure. Hoewel verzoeker een te respecteren belang had bij het achterhalen van mogelijke aanspraken, was het verzoek niet toewijsbaar. De rechtbank wees het verzoek af en veroordeelde verzoeker in de proceskosten van verweerster, vastgesteld op basis van het liquidatietarief, zonder veroordeling in de werkelijke kosten wegens het ontbreken van misbruik van procesrecht.