ECLI:NL:RBGEL:2023:5154
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ambtshalve vernietiging kredietovereenkomst wegens niet-naleving informatieverplichtingen bij creditcard
In deze zaak vordert ING Bank betaling van een bedrag dat verband houdt met een kredietovereenkomst met gespreid betalen via een creditcard. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De rechtbank constateert dat ING in de dagvaarding onvoldoende informatie heeft verstrekt over de kredietovereenkomst en dat de kredietwaardigheidstoets en informatieverplichtingen niet adequaat zijn onderbouwd.
De rechtbank oordeelt dat ING niet heeft voldaan aan de vereisten van artikel 7:60 BW Pro en aanverwante bepalingen, waaronder het ontbreken van een ESIC-formulier en onvoldoende bewijs van kredietwaardigheidstoets. Dit leidt tot ambtshalve vernietiging van de kredietovereenkomst op grond van artikel 3:40 lid 2 BW Pro.
Door de vernietiging wordt de overeenkomst geacht nooit te hebben bestaan, wat inhoudt dat de door ING verstrekte kredietsom onverschuldigd is betaald en teruggevorderd moet worden. De rechtbank wijst de vordering toe tot het bedrag van de daadwerkelijk opgenomen kredietsom van € 1.078,20, waarbij rente en incassokosten niet worden toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kredietovereenkomst wordt ambtshalve vernietigd en de gedaagde veroordeeld tot terugbetaling van € 1.078,20 zonder rente en kosten.