Eiseres diende een handhavingsverzoek in tegen het college van burgemeester en wethouders van Barneveld wegens geluidsoverlast en trillingen afkomstig van een nabijgelegen visspeciaalzaak. Het college wees het verzoek af omdat uit verschillende onderzoeken bleek dat de wettelijke normen niet werden overschreden. De beslissing op bezwaar handhaafde dit besluit.
De rechtbank beoordeelde of het college voldoende onderzoek had verricht, met name of het terecht was af te zien van een trillingsonderzoek, of de geluidsmetingen representatief waren, en of het gebruik van metingen uit 2018 gerechtvaardigd was. Het college had meerdere onderzoeken uitgevoerd, waaronder indicatieve geluidsmetingen, een NSG-methodiek onderzoek en een akoestisch onderzoek met een geluidskoffer.
De rechtbank oordeelde dat het college in redelijkheid kon afzien van een trillingsonderzoek op basis van een notitie van de omgevingsdienst. De indicatieve geluidsmetingen waren representatief omdat eiseres zelf de meetapparatuur kon activeren bij overlast. De metingen uit 2018 waren niet te oud om te worden gebruikt, aangezien ze minder dan twee jaar oud waren op het moment van besluitvorming en er geen relevante wijzigingen waren.
Overige beroepsgronden, zoals onduidelijkheid over het aantal compressoren en verwijzing naar een ander onderzoek uit 2019, werden niet als gegrond beschouwd. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor het besluit van het college in stand bleef en eiseres geen proceskostenvergoeding kreeg.