ECLI:NL:RVS:2018:3602
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.Th. Drop
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak inzake handhaving en intrekking omgevingsvergunning poeren woning Ede
In deze bestuursrechtelijke zaak gaat het om het hoger beroep van appellant tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Ede. Appellant verzocht het college handhavend op te treden tegen het zonder vergunning aanbrengen van beton en/of poeren onder de woning van belanghebbenden en om intrekking van een verleende omgevingsvergunning.
De rechtbank had het beroep tegen het handhavingsbesluit ongegrond verklaard en het beroep tegen het intrekkingsbesluit gegrond verklaard, maar de rechtsgevolgen van het intrekkingsbesluit in stand gelaten. Appellant stelde dat het college onderzoek had moeten doen naar de gestelde overtreding en dat de vergunning onterecht was verleend op basis van onjuiste gegevens.
De Afdeling overwoog dat appellant geen begin van bewijs had geleverd voor de gestelde overtreding, zodat het college niet verplicht was nader onderzoek te doen. Voorts oordeelde de Afdeling dat de vergunning terecht niet was ingetrokken omdat aannemelijk was dat de vergunning ook zonder onjuiste gegevens was verleend en dat de afwijkende bouwwijze van de poeren geen aantoonbare schade had veroorzaakt.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.