ECLI:NL:RBGEL:2023:5471

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
13 september 2023
Publicatiedatum
5 oktober 2023
Zaaknummer
10244439 \ BR VERZ 22-434 \ 814
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 WahvArt. 6:162 BWRVV 1990
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheid BOA om te sanctioneren bij negeren geslotenverklaring C- of D-bord

Betrokkene werd een sanctie opgelegd wegens het met een voertuig negeren van een geslotenverklaring (bord C2 RVV 1990) op 24 januari 2022 te Elburg. Het beroep richtte zich op de onbevoegdheid van de BOA openbare ruimte om deze overtreding te sanctioneren.

De kantonrechter overwoog dat de ambtsedige verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is voor vaststelling van de gedraging, tenzij specifieke feiten twijfel rechtvaardigen. Aangezien betrokkene niet ontkende de gedraging te hebben verricht en geen twijfel werd gegrond verklaard, werd de gedraging als bewezen aangenomen.

De kern van het geschil betrof de bevoegdheid van de BOA. De kantonrechter oordeelde dat de verbetering van het woon- en verblijfklimaat gelijkgesteld kan worden aan verbetering van het leefklimaat, en dat de BOA openbare ruimte bevoegd is om te sanctioneren bij overtreding van C- of D-borden.

Er waren geen omstandigheden voor matiging of kwijtschelding van de sanctie. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om proceskosten afgewezen.

Uitkomst: Het beroep tegen de opgelegde sanctie wegens negeren van een geslotenverklaring wordt ongegrond verklaard en de BOA openbare ruimte is bevoegd om te sanctioneren.

Uitspraak

proces-verbaal/uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht
Zitting gehouden in Zutphen
zaakgegevens 10244439 \ BR VERZ 22-434 \ 814
cjib-nr / registratienr 247478764 / TD3544
zitting van 13 september 2023
proces-verbaal/beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van

[betrokkene]

wonende te [adres]
betrokkene
gemachtigde mr. N.G.A. Voorbach, Verkeersboete.nl
tegen

de officier van justitie

De zaak is behandeld op de openbare zitting door de kantonrechter
mr. R.A. Eskes, bijgestaan door H. Jansen als griffier.
Namens de officier van justitie is aanwezig, mr. D. Hoveijn, medewerker van de Centrale Verwerkingseenheid Openbaar Ministerie als zittingsvertegenwoordiger, hierna te noemen de officier van justitie.
Gemachtigde en betrokkene zijn niet ter zitting verschenen.
De kantonrechter vat, met verwijzing naar de beslissing van de officier van justitie en het ingediende beroepschrift, kort samen wat tussen partijen in geschil is.
Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege het, met het voertuig met kenteken [kenteken] , handelen in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 van het RVV 1990 eenrichtingverkeer), op 24 januari 2022 om 11.05 uur, te Elburg, Bloemstraat.
De officier van justitie verklaart – zakelijk weergegeven – het volgende:
Uit het verkeersbesluit maak ik niet op dat leefbaarheid van de omgeving ten grondslag heeft gelegen aan de instelling van de geslotenverklaring. De BOA openbare ruimte was niet bevoegd om te verbaliseren. Ik verzoek het beroep gegrond te verklaren.
De kantonrechter sluit de behandeling en doet uitspraak.

Gronden voor de beslissing:

De kantonrechter overweegt als volgt.
Het beroep is tijdig ingesteld tegen een beslissing van de officier van justitie met bovenvermeld CJIB nummer.
In Wahv-zaken biedt de ambtsedige verklaring van de verbalisant zoals opgenomen in het zaakoverzicht van het CJIB, in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven te twijfelen aan de juistheid van één of meer onderdelen van de ambtsedige verklaring dan wel indien uit het dossier zulke feiten en omstandigheden blijken (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De kantonrechter heeft, nu ook niet wordt ontkend dat de verweten gedraging is verricht, geen reden te twijfelen aan de waarnemingen van de verbalisant. Naar het oordeel van de kantonrechter is de verweten gedraging verricht.
Gemachtigde betwist dat de verbalisant, BOA ‘openbare orde’, bevoegd was om de verweten gedraging te sanctioneren.
In het verkeersbesluit evaluatie plan Ter Steeg van de gemeente Elburg, pagina 4, betoogt de heer [naam] onder andere, dat de afgelopen 25 jaar de verkeerssituatie – en daarmee het woon- en verblijfsklimaat – in de ring is verbeterd. De Burgemeester en wethouders van de gemeente Elburg reageren hierop door te stellen dat ook zij ervaren dat het woon- en verblijfsklimaat in de ring verbeterd is. Onder ‘verbetering van het woon- en verblijfsklimaat’ verstaat de kantonrechter ‘verbetering van het leefklimaat’.
De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de BOA ‘openbare ruimte’ bevoegd is om te sanctioneren wanneer een C- of D-bord wordt genegeerd. De grief van gemachtigde over de onbevoegdheid van de verbalisant slaagt dan ook niet.
Overigens zijn er geen omstandigheden aangevoerd of gebleken die aanleiding geven tot matiging of kwijtschelding van de opgelegde sanctie.
Nu het beroep ongegrond zal worden verklaard, bestaat er geen aanleiding voor toekenning van proceskosten.
Er zal daarom als volgt worden beslist.

Beslissing

De kantonrechter:
-verklaart het beroep ongegrond;
-wijst het verzoek om toekenning van proceskosten af.
Waarvan proces-verbaal,
Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. R.A. Eskes, en in het openbaar uitgesproken op 13 september 2023 in tegenwoordigheid van de griffier.
De griffier, De kantonrechter,
Rechtsmiddel:
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer C.1.14, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op: