Verzoekster huurt een woning waarin op 3 februari 2023 een politie-inval plaatsvond in het kader van een onderzoek naar een crimineel samenwerkingsverband betrokken bij synthetische drugsproductie. Tijdens de inval werden onder meer drugs, een vuurwapen en grote geldbedragen aangetroffen. De burgemeester legde daarop een last onder bestuursdwang op tot sluiting van de woning voor drie maanden. Verzoekster maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit.
De voorzieningenrechter had eerder een voorlopige voorziening toegewezen die het besluit schorste. Het college handhaafde het besluit en bepaalde een latere sluitingsdatum voor twee maanden. Verzoekster voerde aan dat de sluiting in strijd is met het gelijkheidsbeginsel, omdat haar broer, die in een vergelijkbare situatie verkeert, aanvankelijk een lichtere maatregel kreeg opgelegd.
De burgemeester stelde dat nieuwe informatie een zwaardere maatregel bij de broer rechtvaardigde. De voorzieningenrechter oordeelde echter dat de burgemeester onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de gevallen niet gelijk zijn, vooral gezien de gelijkenissen in aangetroffen goederen en de aanwezigheid van minderjarige kinderen in beide woningen.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe, schorst het besluit tot zes weken na de beroepsbeslissing en veroordeelt de burgemeester tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel heeft een redelijke kans van slagen en zal in de bodemprocedure nader worden onderzocht.