ECLI:NL:RVS:2016:2417
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Belastingdienst over huurtoeslag 2011 ondanks bezwaar appellant
De appellant huurde een zelfstandige studio in Amsterdam en ontving voorschotten huurtoeslag over 2011. De Belastingdienst stelde de definitieve huurtoeslag aanvankelijk op nihil vast vanwege een te hoog gezamenlijk toetsingsinkomen, waarna de teveel betaalde voorschotten werden teruggevorderd.
Na bezwaar werd de huurcommissie ingeschakeld, die vaststelde dat de redelijke huurprijs lager was dan de aanvankelijk gehanteerde rekenhuur. De Belastingdienst herrekende daarop de huurtoeslag en stelde deze definitief vast op €215. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de Belastingdienst onzorgvuldig handelde, het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel schond, onvoldoende informeerde over de gevolgen van het huurcommissieonderzoek, en onterecht de huurcommissie inschakelde. Tevens stelde appellant dat het besluit tot onevenredig nadeel leidde en het gelijkheidsbeginsel werd geschonden.
De Raad van State oordeelde dat het voorschot een voorlopig karakter heeft en dat de Belastingdienst bevoegd was de huurtoeslag definitief lager vast te stellen op basis van de huurcommissieverklaring. Het beroep op vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel faalde, en ook het betoog over onzorgvuldigheid en détournement de pouvoir werd verworpen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.