Eiser is sinds 2018 eigenaar van een pand dat is verbouwd tot onzelfstandige studentenkamers. Het college legde een last onder dwangsom op wegens vermeende omzetting van woningen naar kamerverhuur na 5 juli 2019, in strijd met een voorbereidingsbesluit dat deze omzetting verbood.
De rechtbank stelt vast dat niet de feitelijke aanvang van kamerbewoning, maar de aanvang van de transformatie van het pand relevant is. Uit bouwtekeningen, omgevingsvergunningen en controlerapporten blijkt dat de verbouwingswerkzaamheden voor kamerbewoning al vóór 5 juli 2019 waren gestart en vergevorderd.
De rechtbank acht daarom geen sprake van woningomzetting na het voorbereidingsbesluit en vernietigt het bestreden besluit. Het primaire besluit wordt herroepen en de last onder dwangsom komt te vervallen. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiser vergoed.