Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , uit [plaatsnaam] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Heerlen, de inspecteur
Inleiding
- voor het jaar 2010 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV), opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 1.204.421. Tevens heeft de inspecteur aan belanghebbende een vergrijpboete van € 292.597 opgelegd en heeft bij beschikking een bedrag van € 109.312 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2011 een navorderingsaanslag IB/PVV, opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 60.000. Tevens heeft de inspecteur aan belanghebbende een vergrijpboete van € 5.573 opgelegd en heeft bij beschikking een bedrag van € 2.387 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- voor het jaar 2012 een navorderingsaanslag IB/PVV, opgelegd naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 60.000. Tevens heeft de inspecteur aan belanghebbende een vergrijpboete van € 4.354 opgelegd en heeft bij beschikking een bedrag van € 2.007 aan belastingrente in rekening gebracht.
in conventie:
“Inhoud van overeenkomstPartijen zijn op 11 november 2008 het volgende overeengekomen en verbinden aan de hiervoor vermelde feiten de volgende fiscaalrechtelijke of civielrechtelijk gevolgen:(…)- indien de heer [belanghebbende] en/of mevrouw [persoon D] in de gevoerde procedure tegen de [bank] met betrekking tot de door de [bank] in 2002 verstrekte lening van € 900.000 in het gelijk worden gesteld, worden de door de [bank] te betalen vergoeding to het resultaat uit overige werkzaamheden gerekend van de heer [belanghebbende] , voor een bedrag ter grootte van de verstrekte leningen en de hiervoor door de [bank] te vergoeden rente.“
Dit levert voor de hr [belanghebbende] het voordeel op dat anders de positieve aanslagen 2004 en 2006 worden voorzien van heffingsrente, terwijl over de vermindering 1998 tm 2000 geen heffingsrente wordt vergoed.
(…)
in conventie:
Veroordeelt [belanghebbende] om aan de bank een bedrag te betalen van € 297.855 [1] , vermeerderd met de overeengekomen rente (van 5,2% per jaar) daarover van 1 december 2004 tot de dag van betaling;”
Geschil
Resultaat ten gevolge van vrijval bankschuld
Management fee
Belastingrente
Boetes
Beslissing
mr. W.E. van Asbeck, rechters, in tegenwoordigheid van mr.T.J.P. Wientjens, griffier.