Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Montferland om haar hulp bij het huishouden te beperken tot 195 minuten per week, terwijl zij meer tijd vorderde vanwege haar COPD, extra wasverzorging en het doen van boodschappen.
De rechtbank beoordeelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan naar de noodzaak van extra tijd vanwege COPD en de wasverzorging, en dat de motivering niet voldeed. De rechtbank achtte een extra indicatie van 60 minuten voor COPD passend en oordeelde dat extra tijd voor het opbergen van de was ook toekenningswaardig was. De toekenning van extra tijd voor de bovenverdieping en boodschappen werd afgewezen.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn voor de bezwaar- en beroepsprocedure was overschreden, waardoor eiseres recht had op een immateriële schadevergoeding van €500. De rechtbank vernietigde het besluit voor zover het de proceskostenvergoeding betrof en kende deze toe, inclusief griffierecht en proceskosten. De Staat werd veroordeeld tot betaling van de schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.