ECLI:NL:RBGEL:2023:7054
Rechtbank Gelderland
- Schadevergoedingsuitspraak
- Rechtspraak.nl
Toekenning schadevergoeding voor gemiste vlucht en immateriële schade door inverzekeringstelling
Verzoeker werd op 19 december 2020 aangehouden en op 20 december 2020 in verzekering gesteld, waardoor hij zijn geboekte vlucht naar het buitenland misliep. De officier van justitie besloot tot niet-vervolging, wat onherroepelijk werd. Verzoeker vroeg vergoeding van de kosten van de gemiste vlucht, immateriële schade wegens vrijheidsbeneming en kosten van zijn raadsman.
De rechtbank oordeelde dat de kosten van de gemiste vlucht, hoewel niet expliciet genoemd in de artikelen 529 en 530 Sv, billijkheidshalve toewijsbaar zijn, mede gelet op jurisprudentie van het hof Amsterdam en het arrest HR 2005 (Parijs/Dakar). De immateriële schadevergoeding werd vastgesteld op €130 voor één dag inverzekeringstelling. De kosten van de raadsman werden gedeeltelijk toegewezen.
De rechtbank wees het verzoek tot vergoeding van schade voor de periode vóór de inverzekeringstelling af, maar kende in totaal een bedrag van €1.026,19 toe. De beslissing werd mondeling uitgesproken op 1 november 2023 en is vatbaar voor hoger beroep door het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: De rechtbank kent verzoeker een schadevergoeding toe van €1.026,19 wegens gemiste vlucht, immateriële schade en advocaatkosten.