ECLI:NL:GHAMS:2021:1066
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- R.D. van Heffen
- D. Radder
- A.W.T. Klappe
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep op vergoeding schade na inverzekeringstelling zonder veroordeling
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland waarin zijn verzoek tot vergoeding van diverse schadeposten werd behandeld. De schade betreft onder meer kosten voor verzekering, een nieuw vliegticket, een oncomfortabele overnachting op Schiphol en rechtsbijstandskosten.
Het hof heeft het hoger beroep behandeld en de stukken bestudeerd. De strafzaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel. Op grond van artikel 534 Sv Pro kan een vergoeding worden toegekend indien gronden van billijkheid aanwezig zijn. Het hof overweegt dat de immateriële schade door preventieve detentie forfaitair kan worden vastgesteld, maar dat ook materiële schade kan worden vergoed indien deze is gesteld en onderbouwd.
Appellant heeft zijn vlucht gemist door de inverzekeringstelling, wat het hof als billijkheidsgrond ziet voor vergoeding. De schadepost voor de oncomfortabele overnachting op een bank op Schiphol wordt slechts gedeeltelijk toegewezen. De totale vergoeding wordt vastgesteld op € 1.726,71, waarbij het hof de eerdere beschikking vernietigt en opnieuw recht doet.
De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 februari 2021 en kent appellant een vergoeding toe uit de staatskas en uit de Rijkskas, met afwijzing van overige verzoeken.
Uitkomst: Het gerechtshof kent appellant een vergoeding toe van € 1.726,71 na inverzekeringstelling zonder strafoplegging.