ECLI:NL:GHAMS:2021:1066

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
9 februari 2021
Publicatiedatum
15 april 2021
Zaaknummer
001075-20
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 89 Sv (oud)Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 591a Sv (oud)
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep op vergoeding schade na inverzekeringstelling zonder veroordeling

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland waarin zijn verzoek tot vergoeding van diverse schadeposten werd behandeld. De schade betreft onder meer kosten voor verzekering, een nieuw vliegticket, een oncomfortabele overnachting op Schiphol en rechtsbijstandskosten.

Het hof heeft het hoger beroep behandeld en de stukken bestudeerd. De strafzaak eindigde zonder oplegging van straf of maatregel. Op grond van artikel 534 Sv Pro kan een vergoeding worden toegekend indien gronden van billijkheid aanwezig zijn. Het hof overweegt dat de immateriële schade door preventieve detentie forfaitair kan worden vastgesteld, maar dat ook materiële schade kan worden vergoed indien deze is gesteld en onderbouwd.

Appellant heeft zijn vlucht gemist door de inverzekeringstelling, wat het hof als billijkheidsgrond ziet voor vergoeding. De schadepost voor de oncomfortabele overnachting op een bank op Schiphol wordt slechts gedeeltelijk toegewezen. De totale vergoeding wordt vastgesteld op € 1.726,71, waarbij het hof de eerdere beschikking vernietigt en opnieuw recht doet.

De beschikking is uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam op 9 februari 2021 en kent appellant een vergoeding toe uit de staatskas en uit de Rijkskas, met afwijzing van overige verzoeken.

Uitkomst: Het gerechtshof kent appellant een vergoeding toe van € 1.726,71 na inverzekeringstelling zonder strafoplegging.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 001075-20 (530 Sv) en 001076-20 (533 Sv)
Proces-verbaalnummer: PL27RV/19-017482
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 28 oktober 2019 op het verzoekschrift op de voet van de artikelen 89 (oud) en 591a (oud) van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoeker],
geboren te [geboorteplaats] (Frankrijk) op [geboortedag] 1980,
domicilie kiezende ten kantore van zijn advocaat mr. R.P.M. Kocken,
[adres].

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 29 oktober 2019 ingesteld door verzoeker (hierna appellant).
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 26 januari 2020 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek - zoals gewijzigd in raadkamer in hoger beroep - strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoeker stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld proces-verbaalnummer ten bedrage van € 210,00;
schade die appellant stelt te hebben geleden voor de aanschaf van een nieuw vliegticket ten bedrage van € 323,71;
schade die appellant stelt te hebben geleden omdat hij een nacht op een bank op Schiphol heeft moeten doorbrengen ten bedrage van € 300,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand in de strafzaak ten bedrage van € 363,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 550,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 280,00.

3.Beoordeling

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
De rechtbank heeft het verzochte als onderstaand gespecificeerd toegewezen tot een bedrag van totaal
€ 1.198,00:
€ 185,00;
afgewezen
€ 100,00;
€ 363,00;
€ 550,00.
De advocaat-generaal heeft geadviseerd het verzoek toe te wijzen met uitzondering van de schade die appellant zou hebben geleden doordat hij een nacht op een bank op Schiphol heeft moeten doorbrengen. Deze post kan worden toegewezen voor een bedrag van € 100,00.
De advocaat van appellant heeft toewijzing van het geheel bepleit.
De strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Ad b
Het hof overweegt dat de forfaitaire bedragen ter vergoeding van schade door preventieve detentie na niet-veroordeling, zoals die in de oriëntatiepunten en aanbevelingen van het LOVS zijn opgenomen, worden geacht de immateriële schade te betreffen. Indien gesteld en deugdelijk onderbouwd kunnen hogere bedragen worden toegekend en kan ook materiële schade, zoals inkomstenderving, worden vergoed (Hof Den Haag, 18 december 2014, ECLI:NL:GHDHA:2014:4159).
In casu heeft appellant zijn vlucht op Schiphol gemist omdat hij is aangehouden en opgehouden voor verhoor, waarna hij in verzekering is gesteld. Het moment van inverzekeringstelling zal in dergelijke gevallen plaatsvinden op een min of meer toevallig gekozen moment kort voor of na het vertrekken van de vlucht. Onder die omstandigheden ziet het hof gronden van billijkheid voor toewijzing van het verzoek.
Ad c
Het hof begrijpt dat vergoeding wordt gevraagd voor immateriële schade, aangezien appellant de nacht op een weinig gerieflijke wijze op een bank op de luchthaven heeft moeten doorbrengen. Deze schade leent zich naar het oordeel van het hof niet voor vergoeding.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding van € 1.726,71, als volgt gespecificeerd:
€ 210,00;
€ 323,71;
-;
€ 363,00;
€ 550,00
€ 280,00.
Omdat het hof tot een andere beslissing komt dan de rechtbank zal het hof de beschikking waarvan beroep vernietigen en opnieuw recht doen.

4.Beslissing

Het hof:
Vernietigt de beschikking waarvan beroep en doet opnieuw recht.
Kent op de voet van artikel 533 Sv Pro ten laste van de Staat aan appellant een vergoeding toe van
€ 533,71,00 (vijfhonderddrieëndertig euro eenenzeventig cent).
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro uit ’s Rijks kas aan appellant een vergoeding toe van € 1.193,00 (duizend honderddrieënnegentig euro).
Wijst het meer of anders verzochte af.
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. R.D. van Heffen, D. Radder en A.W.T. Klappe, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is bij afwezigheid van de griffier alleen ondertekend door de voorzitter en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 9 februari 2021.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.726,71 (duizend zevenhonderdzesentwintig euro en eenenzeventig cent) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [tnv] o.v.v. [ovv].
Amsterdam, 9 februari 2021,
mr. R.D. van Heffen, voorzitter.