ECLI:NL:RBGEL:2023:7163
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij vastgesteld op €100.457,13
De officier van justitie vorderde ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij, geschat op €301.371,42. De verdediging betwistte het aantal oogsten, maar de rechtbank concludeerde op basis van bewijsmiddelen dat er één oogst heeft plaatsgevonden.
De rechtbank baseerde haar oordeel op diverse indicatoren zoals resten van hennepplanten, kalkaanslag, gebruikte lampen en verklaringen van betrokkenen. De kwekerij was actief tussen juli en december 2022, met een oogstperiode van tien weken. De bruto opbrengst werd berekend op 26,6474 kilogram hennep, met een minimale verkoopwaarde van €4.070 per kilogram.
Na aftrek van kosten stelde de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €100.457,13. De veroordeelde werd verplicht dit bedrag aan de Staat te betalen. De rechtbank bepaalde tevens een maximale gijzelingstermijn van 1.080 dagen.
De beslissing is gebaseerd op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht en volgt op een eerdere veroordeling van de verdachte voor medeplegen van een strafbaar feit onder de Opiumwet. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland op 12 januari 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelde de verdachte tot betaling van €100.457,13 aan wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat.