ECLI:NL:RBGEL:2023:7227
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betaling achterstallig loon, vakantiegeld en transitievergoeding na opzegging dienstverband tussen werkgever en zoon
Werknemer trad in 2005 in dienst bij het bedrijf van zijn vader en had sinds 2020 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De cao Metaal- en technische bedrijfstakken was van toepassing. Na langdurige arbeidsongeschiktheid werd het dienstverband in juni 2023 beëindigd. Werknemer vorderde betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, niet-genoten vakantiedagen, wettelijke verhoging, rente en een transitievergoeding.
Werkgever voerde verweer op basis van de familieband en financiële situatie van het bedrijf, en betwistte enkele looncomponenten en het contant uitbetalen van salaris. De kantonrechter oordeelde dat de cao van toepassing is en dat de werkgever de loonverhogingen en eenmalige uitkeringen moet betalen. Het beroep op redelijkheid en billijkheid faalde wegens gebrek aan onderbouwing.
De kantonrechter veroordeelde werkgever tot betaling van het gevorderde loon, vakantiegeld, wettelijke verhoging (gematigd tot 10%) en transitievergoeding, met wettelijke rente. De bewijslevering over het contant ontvangen loon vóór 2020 en het opnemen van vakantiedagen in 2021-2023 werd aangehouden. De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon, vakantiegeld, wettelijke verhoging en transitievergoeding aan werknemer.