Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en verzoeken de echtscheiding uit te spreken. De rechtbank bevestigt de duurzame ontwrichting van het huwelijk en spreekt de echtscheiding uit.
De vrouw vordert partneralimentatie van €5.250 per maand, de man voert behoefte- en draagkrachtverweer. De rechtbank hanteert de hofnorm voor de huwelijksgerelateerde behoefte, vastgesteld op €6.515 netto per maand, en houdt rekening met de beperkte belastbaarheid en leeftijd van de vrouw. De draagkracht van de man wordt berekend op €1.915 netto per maand, waarna de alimentatie op dat bedrag wordt vastgesteld.
De verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap omvat onder meer de woning, onderneming, bankrekeningen, auto, inboedel en drie honden. De woning wordt aan de man toegedeeld met een overbedelingsvergoeding aan de vrouw van €220.418,04. De onderneming wordt gewaardeerd op €36.201, waarvan de vrouw de helft ontvangt. De auto wordt gewaardeerd op €19.000 en aan de vrouw toegedeeld. Twee honden gaan naar de vrouw, de jongste hond Bram wordt aan de man toegewezen. Diverse financiële verrekeningen en afspraken over proceskosten en verdere verdeling worden getroffen.