Erflater is overleden en liet een testament na waarin hij zijn dochter nadrukkelijk onterfde, maar haar een legaat toekende ter grootte van haar legitieme portie. De vraag was of ook haar kinderen (de kleinkinderen) van erflater waren onterfd of dat zij door plaatsvervulling erven. Eisers, de kleinkinderen, vorderden een verklaring voor recht dat zij gezamenlijk het erfdeel van hun moeder erven, verminderd met het legaat, en betaling van het betreffende bedrag door de erfgenamen.
De rechtbank stelde vast dat het testament niet duidelijk uitsloot dat de kleinkinderen zouden erven. De verklaring van de notaris, die stelde dat erflater niet wilde dat de kleinkinderen voor hun moeder zouden treden, werd betrokken bij de uitleg, maar de rechtbank concludeerde dat de feitelijke verhoudingen en het verloop van het contact tussen erflater en zijn kleinkinderen wezen op het tegendeel. Er was geen verstoorde relatie tussen erflater en de kleinkinderen en het testament was opgesteld in een periode waarin de relatie met zijn dochter verbroken was.
De rechtbank oordeelde dat de kleinkinderen door plaatsvervulling erven en dat zij gezamenlijk aanspraak hebben op een derde deel van de nalatenschap verminderd met het legaat aan hun moeder. De hoogte van het erfdeel werd vastgesteld op €14.096,44, lager dan gevorderd. De zonen werden veroordeeld tot betaling van dit bedrag met wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De proceskosten werden gecompenseerd, ieder draagt zijn eigen kosten.