ECLI:NL:RBGEL:2024:169
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om naturalisatie wegens niet verstreken rehabilitatietermijn
In deze bestuursrechtelijke zaak beoordeelt de rechtbank Gelderland het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek om het Nederlanderschap. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had het verzoek afgewezen omdat eiser korter dan vijf jaar geleden onherroepelijk was veroordeeld voor een misdrijf, waardoor de rehabilitatietermijn nog niet was verstreken.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet is gehoord in de bezwaarprocedure en dat dit in strijd is met het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelt echter dat de staatssecretaris van het horen mocht afzien omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was en dat de naturalisatieprocedure niet binnen de werkingssfeer van het Unierecht valt.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van het verzoek om naturalisatie in stand blijft. Eiser krijgt geen terugbetaling van het griffierecht en geen vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter I.A.M. van Boetzelaer-Gulyás en uitgesproken op 12 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om naturalisatie wordt ongegrond verklaard en het verzoek blijft afgewezen.