ECLI:NL:RBGEL:2021:1251
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek naturalisatie valt niet binnen werkingssfeer Unierecht
Eiser, die sinds 2013 in Nederland verblijft, diende op 24 mei 2018 een verzoek tot naturalisatie in. Dit verzoek werd door verweerder afgewezen op grond van artikel 9, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, vanwege een onherroepelijke veroordeling korter dan vijf jaar geleden. Eiser stelde dat het Unierechtelijk openbare orde-criterium en het evenredigheidsbeginsel van toepassing zouden zijn.
De rechtbank overwoog dat naturalisatieverzoeken van personen zonder lidstaatnationaliteit een interne aangelegenheid zijn die geen verband houden met het Unierecht. Het verzoek raakt geen door het Unierecht beschermde rechten, zoals het EU-burgerschap of vrij verkeer, omdat eiser deze rechten nog niet bezit. De rechtbank baseerde zich hierbij op jurisprudentie van het Hof van Justitie, de Hoge Raad en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Het beroep op het Unierecht faalde ook omdat de Kwalificatierichtlijn, waarop eiser zich beroept, alleen betrekking heeft op asielwetgeving en niet op nationaliteitsverwerving. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de afwijzing van het naturalisatieverzoek. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.