De rechtbank Gelderland behandelde het beroep van eiseres tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Maasdriel over een last onder dwangsom die was opgelegd wegens planologisch strijdige bewoning van bedrijfspanden door arbeidsmigranten. De overtreding bestond uit permanente bewoning zonder omgevingsvergunning, wat in strijd is met het bestemmingsplan.
De rechtbank stelde vast dat het college bevoegd was tot handhaving en dat er geen concreet zicht op legalisatie bestond, omdat de bewoning niet paste binnen het geldende beleid huisvesting arbeidsmigranten. Het college had de overtreding terecht gehandhaafd en het beroep op het evenredigheidsbeginsel werd verworpen omdat algemene huisvestingsproblemen geen bijzondere omstandigheden vormen.
Wel oordeelde de rechtbank dat de begunstigingstermijn van zes weken onredelijk kort was, omdat deze niet was afgestemd op de belangen van de bewoners die alternatieve woonruimte moesten zoeken. Volgens het uitvoeringskader had een termijn van 26 weken moeten gelden. Daarom vernietigde de rechtbank het besluit voor zover het de begunstigingstermijn betreft en stelde deze termijn op 26 weken.
De last onder dwangsom bleef in stand, maar met de langere termijn. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.