ECLI:NL:RBGEL:2024:201
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek inzage en bezwaar verwerking persoonsgegevens onder AVG door GGD Gelderland Zuid
Eiser verzocht GGD Gelderland Zuid om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 AVG Pro en maakte bezwaar tegen de verwerking van zijn persoonsgegevens op grond van artikel 21 AVG Pro. Verweerder had het bezwaar tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar tegen het tweede besluit eveneens niet-ontvankelijk, maar herzag dit later en wees het bezwaar inhoudelijk af.
De rechtbank oordeelt dat verweerder het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard en vernietigt dat deel van het besluit. Vervolgens verklaart de rechtbank het bezwaar zelf ongegrond, omdat verweerder niet langer persoonsgegevens van eiser verwerkt. De rechtbank wijst het beroep tegen het tweede besluit af omdat er op dat moment geen verwerking meer plaatsvond.
Eiser stelde dat verweerder meer gegevens verwerkte dan erkend en dat loggegevens ontbraken, maar kon dit niet aannemelijk maken. Verweerder heeft toegelicht dat e-mails na afhandeling binnen een maand worden verwijderd en dat persoonsgegevens niet in het cliëntensysteem zijn opgenomen. De rechtbank wijst ook de verzoeken om schadevergoeding en oplegging van een dwangsom af wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiser voor de gegrond verklaarde procedure. De uitspraak bevestigt dat de verwerking van persoonsgegevens door verweerder is beëindigd en dat bezwaar op grond van artikel 21 AVG Pro op elk moment mogelijk is, maar niet tot een andere uitkomst leidt als geen verwerking plaatsvindt.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het eerste besluit wordt alsnog inhoudelijk beoordeeld en ongegrond verklaard; het beroep tegen het tweede besluit wordt ongegrond verklaard; verzoeken om schadevergoeding en dwangsom worden afgewezen.