ECLI:NL:RVS:2022:3294
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.Th. Drop
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake kinderopvangtoeslag 2016 na compensatiebesluit
Appellante ontving in 2016 een voorschot kinderopvangtoeslag, dat later door de Belastingdienst/Toeslagen definitief op nihil werd vastgesteld, waardoor zij een bedrag van €3.997,00 moest terugbetalen. Tegen dit besluit maakte zij bezwaar en stelde beroep in, dat door de rechtbank werd afgewezen.
Na een verzoek tot herbeoordeling heeft de Belastingdienst/Toeslagen in januari 2022 een compensatie toegekend van €32.757,00 vanwege de te strenge toepassing van de regels. Hierdoor is de openstaande terugvordering van €3.997,00 kwijtgescholden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat appellante door het compensatiebesluit het doel van haar hoger beroep heeft bereikt en daardoor geen procesbelang meer heeft. Ook eventuele schade is verdisconteerd in de compensatie. Het hoger beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante kan tegen het compensatiebedrag bezwaar maken of zich wenden tot de Commissie Werkelijke Schade. Voor reeds betaalde schulden kan zij een verzoek indienen bij het loket ‘Sociale Banken Nederland’. De Belastingdienst/Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden, maar het betaalde griffierecht wordt aan appellante terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na compensatiebesluit.