Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het CBR, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening. De rechtbank heeft beoordeeld of deze niet-ontvankelijkverklaring terecht was. De bezwaarperiode bedroeg zes weken vanaf de dag na verzending van het besluit op 6 september 2023.
Hoewel het bezwaar pas op 13 november 2023 op de post werd gedaan en op 14 november door het CBR werd ontvangen, waardoor het te laat was, heeft eiseres toegelicht dat zij en haar zoon vanwege ziekenhuisopnames niet in staat waren het bezwaar tijdig in te dienen. De rechtbank acht deze omstandigheden verschoonbaar en oordeelt dat het CBR onvoldoende heeft onderzocht of de termijnoverschrijding aan eiseres kon worden toegerekend.
De rechtbank vernietigt het besluit van 15 november 2023 en draagt het CBR op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens moet het CBR het griffierecht aan eiseres vergoeden. De zaak wordt verwezen voor inhoudelijke behandeling van het bezwaar.