De rechtbank Gelderland heeft op 16 april 2024 uitspraak gedaan in een ontnemingszaak tegen een veroordeelde die is veroordeeld voor medeplegen van een strafbaar feit onder de Opiumwet. De rechtbank stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 513.136,80, gebaseerd op een periode van 1 juli 2019 tot en met 28 juli 2020, waarin vijf hennepoogsten hebben plaatsgevonden.
De rechtbank baseert haar oordeel op diverse bewijsmiddelen, waaronder een rapport van het Functioneel Parket, verklaringen van medeverdachten, en bevindingen van Liander omtrent stroomdiefstal. Er zijn drie kweekruimtes aangetroffen met in totaal 1040 hennepplanten per oogst. De berekening van de opbrengsten en kosten is conservatief en in het voordeel van de veroordeelde.
De rechtbank neemt in mindering de kosten van hennepstekken, variabele kosten, afschrijvingen, een schikking van € 40.000,- met Liander en een bedrag van € 450,- betaald aan een medeverdachte. De maximale duur van gijzeling wordt vastgesteld op 360 dagen. De redelijke termijn is overschreden, maar dit is gecompenseerd door matiging van de straf in de hoofdzaak.
De veroordeelde wordt hoofdelijk verplicht tot betaling van het ontnomen bedrag aan de Staat. Betalingen door medeveroordeelden worden in mindering gebracht op de betalingsverplichting van de veroordeelde.