Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter in een strafzaak, omdat haar verzoek om de zitting online te laten plaatsvinden of telefonisch te worden gehoord was afgewezen. Zij stelde dat de rechter vooringenomen was en het beginsel van hoor en wederhoor had geschonden.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de criteria voor rechterlijke onpartijdigheid. Daarbij is vastgesteld dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn en dat concrete, zwaarwegende aanwijzingen nodig zijn om het tegendeel aan te tonen.
De afwijzing van het verzoek om een online zitting vond plaats omdat verzoekster niet had onderbouwd waarom fysieke aanwezigheid niet mogelijk was. De rechter bood bovendien de mogelijkheid om uitstel te vragen. De wrakingskamer oordeelde dat deze motivering niet zo onjuist of onbegrijpelijk was dat deze uitsluitend door vooringenomenheid kan worden verklaard.
Omdat er geen concrete feiten waren die een objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid rechtvaardigen, werd het wrakingsverzoek afgewezen. Tegen deze beslissing is geen rechtsmiddel mogelijk.