ECLI:NL:RBGEL:2024:2315

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
19 april 2024
Publicatiedatum
19 april 2024
Zaaknummer
ARN - 23_2121
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep WOZ 2020 en 2021 wegens niet tijdige betaling griffierecht

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde vaststelling voor 2020 en 2021 door de heffingsambtenaar van de gemeente Zevenaar. De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet tijdig is betaald. Hoewel belanghebbende een beroep deed op betalingsonmacht, werd dit afgewezen en is het griffierecht teruggestort, waarna belanghebbende niet opnieuw betaalde.

De rechtbank wijst erop dat het niet betalen van griffierecht gevolgen moet hebben en stelt dat de zaak pas wordt voortgezet na betaling van een nieuwe nota. De behandeling wordt opgeschort en verlenging van de redelijke termijn wordt aangekondigd. Daarnaast is een verzoek tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn ingediend, waarvan de hoogte zal worden vastgesteld na inhoudelijke behandeling.

De rechtbank draagt de griffier op een nieuwe nota te sturen en wijst op de mogelijkheid van hoger beroep bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht, met opschorting van de zaak tot betaling.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 23/2121

uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van

in de zaak tussen

[belanghebbende], in [plaats 1], belanghebbende

(gemachtigde: [naam gemachtigde]),
en

de heffingsambtenaar van de gemeente Zevenaar, de heffingsambtenaar.

Inleiding

In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van belanghebbende tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 9 juni 2022.
De heffingsambtenaar heeft de waarde van de onroerende zaak gelegen aan de [locatie] in [plaats 2] (de onroerende zaak) per 1 januari 2019 vastgesteld. Met de waardevaststelling is aan belanghebbende ook de aanslag in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Zevenaar voor het jaar 2020 opgelegd.
De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank heeft het beroep op 2 februari 2024 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van belanghebbende deelgenomen. Namens de heffingsambtenaar zijn [persoon A] en [persoon B] verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

1. Op grond van artikel 8:41, zesde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is een beroep niet-ontvankelijk als het griffierecht niet tijdig is betaald, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2. Voor de behandeling van het beroep is € 365 verschuldigd. De rechtbank heeft belanghebbende daarvoor op 12 april 2022 een nota gestuurd.
3. Belanghebbende heeft vervolgens bij brief van 19 april 2022, ontvangen door de rechtbank op 19 april 2022, een beroep gedaan op betalingsonmacht griffierecht. Op 21 april 2023 is het volledige bedrag aan griffierecht in het systeem teruggeboekt.
4. De rechtbank heeft het beroep op betalingsonmacht afgewezen bij brief van 22 mei 2023. Op diezelfde dag is een nieuwe nota griffierecht aan belanghebbende gestuurd. Deze is niet voldaan.
5. Naar het oordeel van de rechtbank was het griffierecht op zich tijdig betaald. Dat het Landelijk Centrum voor de Rechtspleging het bedrag vervolgens heeft teruggestort, kan daar niet aan afdoen. Omdat het griffierecht is teruggestort, staat feitelijk de rekening nu weer open. Eiseres is een nieuwe termijn gegeven om het griffierecht alsnog te betalen. Zij heeft van die mogelijkheid geen gebruik gemaakt.
6. Gelet op jurisprudentie van de Hoge Raad [1] is het niet mogelijk het beroep niet-ontvankelijk te verklaren. De wet schrijft echter voor dat griffierecht wordt geheven. Dat zou een loze bepaling worden als het niet betalen daarvan zonder gevolgen zou blijven. Daarom zal de rechtbank opnieuw een nota sturen en de behandeling van de zaak aanhouden tot het moment waarop de nota is betaald. Na ontvangst van het griffierecht zal de heffingsambtenaar in de gelegenheid worden gesteld de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift in te dienen.
7. De zaken zullen niet eerder ter zitting worden behandeld dan nadat belanghebbende het onverschuldigd door de rechtbank terugbetaalde bedrag opnieuw en tijdig heeft betaald. De rechtbank wijst erop dat vertraging van de procedure als gevolg van het alsnog niet betalen van het griffierecht voor risico van belanghebbende zal komen en aanleiding zal vormen voor een verlenging van de redelijke termijn vanaf vier weken na ontvangst van de nieuwe nota. Indien het griffierecht voor 30 april 2024 wordt voldaan, zal de behandeling van de zaak worden voortgezet op 21 mei 2024, gelijktijdig met drie andere beroepen van belanghebbende. Hierover zal de rechtbank partijen uiterlijk op 30 april 2024 berichten.
Immateriële schade
8. Belanghebbende heeft een verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn gedaan. De hoogte van de immateriële schade zal door de rechtbank worden vastgesteld nadat de inhoudelijke behandeling van het beroep ter zitting heeft plaatsgevonden.

Beslissing

De rechtbank:
  • heropent het onderzoek;
  • draagt de griffier op een nieuwe nota ter voldoening van het griffierecht aan belanghebbende te sturen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.A. Eskes, rechter, in aanwezigheid van mr. M.I. Knol, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Hoge Raad 29 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:439.