De rechtbank Gelderland behandelde op 16 april 2024 het verzoek van de officier van justitie tot het verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) ten aanzien van betrokkene, die lijdt aan een waanstoornis mogelijk voortkomend uit niet aangeboren hersenletsel.
Tijdens de mondelinge behandeling werden betrokkene, haar advocaat, een tante en twee verpleegkundigen gehoord. De advocaat voerde aan dat de waanstoornis niet vaststaat, maar de rechtbank achtte de diagnose van de onafhankelijke psychiater en de toelichting van de regiebehandelaar overtuigend. De waanstoornis leidt tot ernstig nadeel, waaronder levensgevaar door suïcidale uitingen, ernstige financiële problemen en maatschappelijke teloorgang.
De rechtbank concludeerde dat vrijwillige zorg onvoldoende effectief is gebleken, ondanks de bereidheid van betrokkene om in gesprek te gaan. Daarom is verplichte zorg noodzakelijk, bestaande uit medicatie, medische controles, bewegingsbeperkingen, beperkingen in de vrijheid om het eigen leven in te richten en opname in een accommodatie, voor de duur van zes maanden.
Minder bezwarende alternatieven zijn niet toereikend, hoewel de rechtbank het belang van betrokkene bij haar werk en sociale netwerk erkent en daarom ambulante behandeling als uitgangspunt stelt. De zorgmachtiging wordt verleend met het oog op stabilisatie en herstel van de geestelijke gezondheid, en is evenredig en naar verwachting effectief.
De beschikking is mondeling gegeven op 17 april 2024 en schriftelijk vastgesteld op 22 april 2024. Tegen deze beschikking staat cassatie open.