Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB
Inleiding
Totstandkoming van het besluit
- [naam kind 1] , geboren op [geboortedatum] 2010, roepnaam [naam kind 1] ;
- [naam kind 2] , geboren op [geboortedatum] 2011, roepnaam [naam kind 2] ;
- [naam kind 3] , geboren op [geboortedatum] 2014, roepnaam [naam kind 3] .
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 12 oktober 2022 voor zover daarin door de SVB is beslist dat de volledige kinderbijslag over het tweede kwartaal van 2021 tot en met het eerste kwartaal van 2022 uitbetaalt moet worden aan de derde-partij;
- draagt de SVB op binnen zes weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
- bepaalt dat de SVB het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de SVB tot betaling van € 875,- aan proceskosten aan eiseres.