Eisers hebben beroep ingesteld tegen de omgevingsvergunning van 19 april 2022 voor de bouw van een woonzorgvoorziening op een locatie in Nunspeet, omdat deze vergunning afwijkt van het bestemmingsplan en zij bezwaren hebben tegen onder meer de inbreuk op hun woon- en leefklimaat, geluidsoverlast, parkeren, welstand en natuurbescherming.
De rechtbank oordeelt dat het college beleidsruimte heeft bij het afwijken van het bestemmingsplan en dat de rechtbank niet toetst aan de ruimtelijke ordening maar aan de rechtmatigheid van het besluit. De rechtbank wijst alle beroepsgronden af, waaronder de stelling dat de vergunning in strijd is met de omgevingsverordening, de omgevingsvisies, en dat er sprake zou zijn van onevenredige inbreuk op privacy en uitzicht. Ook de geluidsoverlast, parkeerplaatsen, welstandstoetsing, het kappen van bomen en de natuurbeschermingsaspecten leiden niet tot vernietiging van het besluit.
Het aanvullende stikstofdepositieonderzoek is volgens de rechtbank voldoende en het relativiteitsvereiste leidt ertoe dat eisers niet kunnen opkomen voor het algemene natuurbelang. De vergunning blijft daarom in stand, het beroep wordt ongegrond verklaard en eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.