ECLI:NL:RBGEL:2024:2958
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaagd btw-tarief op levering trapliften en overgangstermijn na intrekking toezegging
Belanghebbende, actief in de verkoop van trapliften, voerde aan dat op haar leveringen het verlaagde btw-tarief van toepassing was, gebaseerd op een eerdere toezegging van de inspecteur en een uitspraak op bezwaar van 15 mei 2021. De inspecteur trok dit standpunt later in en legde een naheffingsaanslag en verzuimboete op.
De rechtbank beoordeelde of trapliften onder het verlaagde tarief vallen volgens de Wet op de omzetbelasting en de bijbehorende tabelpost a-34. Geconcludeerd werd dat trapliften niet kwalificeren als invalidenwagentjes of soortgelijke goederen en dat het nationale recht dit strikt mag uitleggen. Ook het beroep op het neutraliteitsbeginsel faalde omdat trapliften niet uitwisselbaar zijn met invalidenwagentjes of traploophulpen.
Verder werd het beroep op het vertrouwensbeginsel afgewezen omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk maakte dat zij contracten of investeringen had gedaan die een langere overgangstermijn rechtvaardigen. De verzuimboete werd passend geacht omdat niet de volledige aangegeven omzetbelasting was voldaan. Het beroep werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag en boete bleven in stand.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en verzuimboete blijven in stand; het beroep wordt ongegrond verklaard.