ECLI:NL:RBGEL:2024:3127
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verlenging afkoelingsperiode in besloten akkoordprocedure WHOA
Verzoekster, een besloten vennootschap, heeft bij de rechtbank Gelderland een verzoek ingediend tot verlenging van de afkoelingsperiode onder de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) met twee maanden. De afkoelingsperiode was aanvankelijk op 6 maart 2024 afgekondigd voor twee maanden. De rechtbank heeft het verzoek behandeld op 13 mei 2024.
De rechtbank oordeelt dat verzoekster ontvankelijk is in haar verzoek omdat het tijdig is ingediend. De beoordeling richt zich op de vraag of belangrijke voortgang is geboekt bij de totstandkoming van het akkoord en of de verlenging noodzakelijk is voor het voortzetten van de onderneming en in het belang van de schuldeisers.
De rechtbank constateert dat de noodzaak voor verlenging niet is aangetoond, mede omdat alleen een pensioenfonds een sommatie heeft gestuurd en volgens de Hoge Raad pensioenpremies niet in een WHOA-akkoord kunnen worden betrokken. Daarnaast is onvoldoende duidelijkheid over de financiering en de uitkering aan schuldeisers, en is het concept-akkoord wezenlijk aangepast. Verzoekster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat belangrijke voortgang is geboekt. Daarom wijst de rechtbank het verzoek tot verlenging af.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de afkoelingsperiode wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van belangrijke voortgang en het ontbreken van noodzaak en belang voor schuldeisers.