ECLI:NL:RBGEL:2024:3255
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen fictieve verkrijging krachtens erfrecht bij huwelijkse voorwaarden in erfbelastingzaak
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag erfbelasting opgelegd door de inspecteur, waarbij een bedrag van € 1.781.413 als fictieve verkrijging krachtens erfrecht werd belast. De rechtbank beoordeelde de aanslag aan de hand van de huwelijkse voorwaarden en het testament van de overleden echtgenoot.
De rechtbank concludeerde dat de verkrijging van belanghebbende niet krachtens erfrecht, maar krachtens huwelijksvermogensrecht plaatsvond. Dit volgt uit het feit dat de huwelijkse voorwaarden een verrekenbeding bevatten waarop ook tijdens het huwelijk en bij beëindiging anders dan door overlijden een beroep kon worden gedaan, vergelijkbaar met een arrest van de Hoge Raad uit 1994.
De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en moest het griffierecht vergoeden. De aanslag erfbelasting werd verminderd tot nihil, aangezien het legaat van € 450.000 binnen de partnervrijstelling viel. De uitspraak verving de vernietigde uitspraak op bezwaar.
Uitkomst: De aanslag erfbelasting wordt verminderd tot nihil omdat de verkrijging krachtens huwelijksvermogensrecht is en niet als fictieve verkrijging krachtens erfrecht.