ECLI:NL:HR:1995:AA3052
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Herrmann
- raadsheer Fleers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing fictief legaat en terugkooprecht in successierecht
Belanghebbende, erfgename van Y, stelde cassatie in tegen het oordeel van het Hof dat een terugkooprecht uit een koopovereenkomst uit 1949, bedongen ten behoeve van B en diens zoon Y, onder artikel 9 van Pro de Successiewet 1956 valt en leidt tot een fictief legaat belast met successierecht.
Het Hof had geoordeeld dat het voorkeursrecht op aankoop van het pand alleen kon worden uitgeoefend indien B of zijn echtgenote of kinderen A en diens echtgenote overleefden, en dat Y daardoor een verkrijging uit de nalatenschap van A had gedaan ter waarde van ƒ 124.000,--. Belanghebbende voerde onder meer aan dat het recht ook voor Y's rechtverkrijgenden onder algemene titel gold en dat de verkrijging aan C B.V. toekwam.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de bedingen juist had uitgelegd en dat artikel 9 Sw Pro. 1956 van toepassing was. De verkrijger is degene aan wie schuldig is erkend onder de voorwaarde van overleving, hier Y, en niet de cessionaris C B.V. Het beroep faalde ook in het onderdeel over de waardering van het fictief legaat en het voordeel dat Y zou hebben genoten. Het beroep werd verworpen en de proceskosten werden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het Hof bevestigd dat Y als verkrijger onder artikel 9 Successiewet 1956 belast is.