Uitspraak
[verzoeker] ,
Feiten
Procedure
Verzoek
Standpunt van het openbaar ministerie
Beoordeling
€ 680,--
Beslissing
- kent aan verzoeker ten laste van de Staat een vergoeding toe van € 1.070,--;
- wijst het meer of anders verzochte af.
Rechtbank Gelderland
Verzoeker was drie dagen in verzekering gesteld en vroeg vergoeding van immateriële schade op basis van forfaitaire bedragen, vermeerderd met een indexering van 15,68% vanwege inflatie sinds 2021. Tevens werd een verhoging van de forfaitaire vergoeding voor rechtsbijstand gevraagd.
De officier van justitie erkende de toewijsbaarheid van de forfaitaire bedragen, maar verzette zich tegen indexering. De rechtbank overwoog dat standaardbedragen bedoeld zijn om rechtsgelijkheid te bevorderen en langdurige discussies te voorkomen. Indexering in individuele gevallen zou leiden tot ongelijkheid en onzekerheid.
Hoewel de forfaitaire bedragen sinds 2021 niet meer zijn aangepast, achtte de rechtbank dit niet zodanig gedateerd dat rechterlijk ingrijpen noodzakelijk is. Het is aan de LOVS om in samenspraak met gerechten de bedragen periodiek te herzien.
De rechtbank kende daarom de forfaitaire vergoeding toe van € 390 voor drie dagen inverzekeringstelling en € 680 voor rechtsbijstand, totaal € 1.070, en wees het verzoek tot indexering af.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open voor zowel de officier van justitie als de verzoeker.
Uitkomst: Verzoek tot indexering van forfaitaire schadevergoedingen wordt afgewezen; forfaitaire bedragen worden toegekend zonder aanpassing.