Uitspraak
1.De procedure
- de akte van [eiser] van 20 maart 2024
- de akte van [gedaagde] van 20 maart 2024
- de antwoordakte van [eiser] van 12 juni 2024.
Rechtbank Gelderland
De rechtbank Gelderland behandelde een geschil tussen verhuurder en huurder over de beëindiging van een huurovereenkomst voor kantoorruimte. Ondanks dat de huurder inmiddels is ontbonden, oordeelde de kantonrechter dat de procedure voortgezet kon worden, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad uit 2013.
De huurder voerde aan dat zij de huurovereenkomst tussentijds mocht opzeggen, ondanks dat dit niet in de schriftelijke overeenkomst was vastgelegd. De kantonrechter stelde dat de huurder niet was geslaagd in het bewijs van een dergelijke afwijkende afspraak. Hierdoor was tussentijdse opzegging niet toegestaan.
De kantonrechter ontbond de huurovereenkomst vanwege ernstige wanbetaling door de huurder. De huurder werd veroordeeld tot betaling van achterstallige huur, wettelijke handelsrente, buitengerechtelijke incassokosten en een schadevergoeding gelijk aan drie maanden huur na ontruiming. Tevens werd de huurder veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde binnen zeven dagen na betekening van het vonnis.
De vorderingen van de huurder in reconventie werden afgewezen en de huurder werd veroordeeld in de proceskosten van de verhuurder. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De huurovereenkomst is ontbonden wegens wanbetaling en de huurder is veroordeeld tot ontruiming en betaling van achterstallige huur, incassokosten en schadevergoeding.