Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[naam stichting] , uit [vestigingsplaats] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Arnhem, de inspecteur,
Inleiding
- naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 2010 van € 146.623, gelijktijdig is een bedrag van € 23.298 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 2011 van € 240.292, gelijktijdig is een bedrag van € 41.230 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 2012 van € 296.307, gelijktijdig is een bedrag van € 55.886 aan belastingrente in rekening gebracht;
- naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 2013 van € 146.317, gelijktijdig is een bedrag van € 24.182 aan belastingrente in rekening gebracht. Tevens is een vergrijpboete van € 9.846 opgelegd (20/1518);
- naheffingsaanslag omzetbelasting over het tijdvak 2014 van € 144.762, gelijktijdig is een bedrag van € 18.497 aan belastingrente in rekening gebracht. Tevens is een vergrijpboete van € 16.662 opgelegd (20/1519);
- navorderingsaanslag vennootschapsbelasting (Vpb) over het jaar 2010 naar een belastbare winst van € 408.897 en een belastbaar bedrag van € 373.669, gelijktijdig is een bedrag van € 25.631 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- navorderingsaanslag Vpb over het jaar 2012 naar een belastbare winst en belastbaar bedrag van € 607.803, gelijktijdig is een bedrag van € 46.644 aan belastingrente in rekening gebracht;
- aanslag Vpb over het jaar 2013 naar een belastbare winst en belastbaar bedrag van € 390.944, gelijktijdig is een bedrag van € 25.650 aan belastingrente in rekening gebracht. Tevens is een vergrijpboete van € 10.960 opgelegd (20/1522);
- aanslag Vpb over het jaar 2014 naar een belastbare winst en belastbaar bedrag van € 489.071, gelijktijdig is een bedrag van € 24.614 aan belastingrente in rekening gebracht. Tevens is een vergrijpboete van € 2.608 opgelegd (20/1523);
- naheffingsaanslag loonheffingen over 2010 van € 6.808, gelijktijdig is een bedrag van € 1.073 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- naheffingsaanslag loonheffingen over 2011 van € 38.810, gelijktijdig is een bedrag van € 6.672 aan heffingsrente in rekening gebracht;
- naheffingsaanslag loonheffingen over 2012 van € 28.852, gelijktijdig is een bedrag van € 5.380 aan belastingrente in rekening gebracht;
- naheffingsaanslag loonheffingen over 2013 en 2014 van € 31.320, gelijktijdig is een bedrag van € 4.618 aan belastingrente in rekening gebracht.
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen met zaaknummers 20/1518, 20/1519 en 20/1522 gegrond;
- verklaart het beroep met zaaknummer 20/1523 ongegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar voor zover die betrekking hebben op de vergrijpboetes omzetbelasting 2013 en 2014 en de vergrijpboete vennootschapsbelasting 2013;
- vermindert de vergrijpboete omzetbelasting 2013 tot € 5.072;
- vermindert de vergrijpboete omzetbelasting 2014 tot € 11.594;
- vermindert de vergrijpboete vennootschapsbelasting 2013 tot € 6.680;
- vermindert de vergrijpboete vennootschapsbelasting 2014 ambtshalve tot € 2.086;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 2.060;
- draagt de inspecteur op om het betaalde griffierecht van € 354 aan belanghebbende te vergoeden.