ECLI:NL:RBGEL:2024:4488
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering eigendom caravan wegens toepasselijkheid Belgisch recht
In deze zaak stond centraal of eisers eigenaar zijn geworden van een caravan die zij in 2023 in België hebben gekocht, maar die van diefstal afkomstig bleek te zijn. Bovemij, de verzekeraar, betwistte het eigendom en stelde dat zij door subrogatie de eigendom had verkregen. De rechtbank stelde vast dat de eigendomsoverdracht van de caravan beheerst wordt door Belgisch recht, aangezien de koop en levering in België hebben plaatsgevonden.
Partijen hadden zich uitsluitend op Nederlands recht gebaseerd en geen rechtskeuze gemaakt. De voorzieningenrechter oordeelde dat in kort geding geen ruimte is voor een beoordeling van het geschil aan de hand van Belgisch recht, zeker niet omdat partijen zich daar niet over hebben uitgelaten. Daarom werd de vordering van eisers afgewezen.
Ook de reconventionele vordering van Bovemij werd afgewezen omdat het een declaratoir vonnis betrof en kort geding zich daar niet voor leent. Eisers werden veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd mondeling gedaan op 4 juli 2024 en het proces-verbaal opgemaakt op 15 juli 2024.
Uitkomst: De vorderingen van eisers en Bovemij worden afgewezen wegens toepasselijkheid van Belgisch recht en onvoldoende onderbouwing in kort geding.