Uitspraak
1.De inhoud van de tenlastelegging
3.De bewezenverklaring
of omstreeks10 augustus 2023 in de gemeente [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk van het leven te beroven,
in ieder geval éénmaal, met een mes,
in ieder geval een dergelijk scherp steek-/snijvoorwerp, in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken en
/of
in ieder geval éénmaalmet een mes,
in ieder geval een dergelijk scherp steek-/snijvoorwerp, in de nek/hals en
/ofhoofd/gezicht
en/of borst en/of buik en/of armen, in ieder geval in het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft gestoken
/gesneden/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
of omstreeks10 augustus 2023 te [plaats] ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 2] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
in ieder geval éénmaal,met een mes,
in ieder geval een dergelijk scherp steek-/snijvoorwerp, in de richting van het lichaam van die [slachtoffer 2] heeft gestoken en
/of
meermalen, in ieder gevaléénmaal met een mes,
in ieder geval een dergelijk scherp steek-/snijvoorwerp, in de (onder)arm,
in ieder geval in het lichaamvan die [slachtoffer 2] heeft
gestoken/gesneden
/geprikt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de feiten
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
8.De beoordeling van de civiele vordering
- verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,
- de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,
- de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of
- de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.
9.De toegepaste wettelijke bepalingen
10.De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden;
maatregelop grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende dat verdachte gedurende
een periode van twee jaar:
- legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag te betalen van € 10.152,96aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 augustus 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 85 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
- bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
mr. J.M. Hollebrandse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Hut, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 juli 2024.